Goedkeuring UWV en belastingdienst
De arbeidsrechtelijke situatie van de vrije werker waarbij dus niet van een dienstverband sprake is, kan niet bij voorbaat de goedkeuring van belastingdienst/UWV krijgen. De situatie wordt altijd door de belastingdienst en UWV achteraf vastgesteld en zij gaan standaard uit van het bestaan van een (fictief) dienstverband. Ten onrechte gaan veel belastinginspecteurs uit van de simpele stelling dat als er betaald werk wordt verricht er „dus“ in principe sprake is van een dienstverband en dat er loonheffingen dienen plaats te vinden. De voorwaarden waaraan een dienstverband moet voldoen, met name de aanwezigheid van een gezagsverhouding, lijken bij hen onvoldoende bekend, wat vervelende procedures en onzekerheid tot gevolg kan hebben.
Alleen een poolbedrijf dat al een jarenlange praktijk van de „vrijheid van komen en gaan“ toepast, heeft op grond van die langjarige praktijk de erkenning van de belastingdienst en UWV. Zo heeft InDat als poolbedrijf al in 1988 wel de goedkeuring gekregen met betrekking tot het inzetten van vrije werkers van UWV (toen nog GAK) en belastingdienst na een ruim vier jaar durende beroepsprocedure. In het najaar van 2006 heeft InDat nog de herhaalde goedkeuring van de belastingdienst en UWV gekregen voor het inzetten van vrije werkers.
Het voorbeeld van InDat geeft wel aan hoe lastig en onzeker het is om vrije werkers buiten een ervaren poolbedrijf om in te schakelen. Mocht de belastingdienst een bepaald geval als fictief dienstverband beoordelen, dan zal in de eerste plaats het poolbedrijf daarover wordt aangesproken en niet de werkaanbieder. Het poolbedrijf zit dan als buffer tussen werkaanbieder en de belastingdienst. Belangrijk is in dit verband ook dat het poolbedrijf toezicht houdt op het naleven van de criteria voor het juist gebruikmaken van een vrije werker.
Zolang wettelijk niet is vastgelegd dat de overeenkomst tussen twee partijen maatgevend is, zal deze onzekerheid blijven bestaan. Dit geldt zelfs voor bijvoorbeeld ZZP’ers die, ondanks dat zij bij de Kamer van Koophandel ingeschreven staan en ondanks dat zij een VARverklaring van de belastingdienst kunnen tonen, voortdurend de kans lopen dat achteraf de belastingdienst de verrichte werkzaamheden toch als verricht in een fictief dienstverband beschouwd en de opdrachtgever of werkaanbieder alsnog dienovereenkomstig aanslaat en eventueel beboet.