Financiële aspecten

 

De werkaanbieder betaalt alleen voor de feitelijk gewerkte uren. Als de vrije werker direct, zonder tussenkomst van een poolbedrijf voor de werkaanbieder aan het werk is, zal de werkaanbieder de vrije werker direct de afgesproken vergoeding uitbetalen zonder iets op de vergoeding in te houden. De werkaanbieder moet vermijden de vrije werker ook nog anderszins te vergoeden en vooral niet doorbetalen tijdens ziekte, vakantie of vrije dagen omdat dat voor de belastingdienst achteraf toch een aanwijzing is voor een fictief dienstverband.

Als een werkaanbieder achteraf door de belastingdienst toch als werkgever van de vrije werker wordt aangemerkt, zal hij alsnog de afdrachten op de gegeven vergoeding moeten voldoen, vermeerderd met een boete. De werkaanbieder kan die afdrachten niet alsnog verhalen op de vrije werker.

Omdat de vrije werker niet in loondienst zijn werkzaamheden verricht, ligt de minimumvergoeding niet vast. Dat maakt de vrije werker kwetsbaar voor uitbuiting en onderbetaling. Het verdient aanbeveling voor de vergoeding uit te gaan van tenminste het minimumuurloon, wat een maatschappelijk aanvaard minimumvergoeding voor verrichte arbeid is. Zo verdienen de vrije werkers bij het grootste poolbedrijf InDat, ongeacht hun leeftijd, als uitgangspunt 8,50 euro/uur (het wettelijk bruto minimumloon is in 2010 ongeveer 8,13 euro).

Als de vrije werker via een poolbedrijf werk aangeboden krijgt, is de vergoeding die hij voor het te verricht werk krijgt vooraf in principe bekend. Gaat hij zonder tussenkomst van een poolbedrijf in zee met een werkaanbieder, dan zal hij zelf moeten onderhandelen met de werkaanbieder.
Jaarlijks moet de werkaanbieder of het poolbedrijf aan de belastingdienst opgeven wat in het vorige jaar aan elke vrije werker is uitbetaald.

De vrije werker moet zelf aangifte doen voor de inkomstenbelasting en na aftrek van de algemene heffingskorting eventueel nog inkomstenbelasting over het resterende bedrag betalen als hij/zij zoveel verdiend heeft dat er nog een te betalen bedrag aan inkomstenbelasting en premieheffing overblijft, maar in principe geldt voor hem bruto=netto. Een vrije werker zal alleen een belastingaanslag krijgen als hij meer dan ca 8000 euro per jaar heeft ontvangen. Uit de aard van het werk zal dat echter zelden het geval zijn. Meestal is er dan ook sprake van ander werk dat in loondienst of als zelfstandige is verricht en dat er als vrije werker is bijverdiend.